Door Arjan Plantinga

Veel mensen hebben in de gaten dat er iets mis is. Dat er wezens onder ons zijn die niet zijn als wij, die niet functioneren als wij, die koud en harteloos zijn, onmenselijk en genadeloos, niet in staat tot compassie en zelfs trots op hun gewetenloosheid.

We zien de symptomen van hun aanwezigheid steeds vaker aan de oppervlakte komen, ook al blijven ze zelf ondergedoken in een netwerk dat er volledig op gericht lijkt hun invloed te verhullen.

Er zijn mensen die beweren dat het duivels zijn, wezens van een andere planeet of plaaggeesten, djinns, ghouls. Het zou kunnen, maar ik blijf liever met beide benen op de grond en noem ze psychopaten; mensen als u en ik, maar met een genetische afwijking die hen gespeend heeft van de mooiste menselijke eigenschap: de medemenselijkheid, de compassie met andere levende wezens, het zich kunnen verplaatsen in de gevoelens van een ander, de empathie.

Enerzijds zijn ze fier op hun kilheid, blij met hun mentale stoornis. Maar ze zijn ook jaloers. Ze vragen zich af hoe het moet zijn om te kunnen liefhebben, om te kunnen voelen, om contact te hebben met deze prachtige entiteit, onze planeet, waarvan we maar zo weinig weten, maar waarvan we intuïtief weten dat ze het beste met ons voor heeft.

In ‘Der Himmel Ueber Berlin’ van Wim Wenders wordt de last van de emotieloosheid uitgelegd door een engel die verliefd wordt op een mensenkind, en daarna niets anders wil dan zelf ook kunnen voelen en gevoeld worden, zien en gezien worden. Hij wil er zelfs zijn onsterfelijkheid voor inruilen – zo mooi is het emotionele landschap van een volledige mens.

Maar jaloezie uit zich meestal op de lelijkst denkbare manieren. De oorzaak van de jaloezie, het onderwerp van de onbeantwoorde diepgang wordt gestraft, gepijnigd, soms zelfs vermoord. Er is behoefte aan compensatie, en hoe sterker de hang naar het onbereikbare, des te heviger er gecompenseerd moet worden.

Men stort zich op werk, of op het streven naar macht en rijkdom, raakt verslaafd aan de resultaten, waarna de weg naar die resultaten het doel op zich wordt. Men hunkert naar de jacht en geeft niets om de vangst. Nooit is het genoeg, nooit is er voldoening. Wat men niet waarneemt zal nooit kunnen worden gerealiseerd. Ze kunnen de voldoening namelijk niet voelen omdat ze in het geheel niet kunnen voelen.

Wij mensen begrijpen de psychopaat niet, kunnen ons niet verplaatsen in zijn gevoelloosheid, kunnen ons niet voorstellen dat iemand zo in en in slecht kan zijn dat hij bereid is te liegen en bedriegen, te moorden en verkrachten, te verkwisten, vervuilen, vergiftigen en vernietigen zonder met de ogen te knipperen, zonder daarbij ook maar in het minst geraakt te worden door het eindeloze leed dat zijn compensatiedrang veroorzaakt.

Het gros van de mensen is bang van hen, bang van wat ze niet begrijpen, bang van de ongrijpbare machten die zoveel leed veroorzaken, terwijl ze zeggen dat zij het leed zullen bestrijden – als we ze maar hun gang laten gaan.

En steeds trappen we er weer in. Mensen zijn nu eenmaal goedgelovig. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten.

Hoeveel mensen vinden Barack Obama een geweldige president, terwijl hij en zijn club mede-psychopaten de Amerikaanse economie en die van de rest van de wereld verder in het slop heeft geduwd, de armen armer maakte, en de rijken rijker, op de lafste, laaghartigste wijze op afstand onschuldige burgers in Pakistan, Jemen en Afghanistan vermoordt, zwijgend toekijkt bij de moord op weerloze burgers, weigert oorlogsmisdadigers te vervolgen (maar van hen wel onderscheidingen ontvangt) en klokkenluiders in de cel steekt?

De machten waar we zo bang voor zijn staan voor onze neus, in vol ornaat, en nog herkennen we’ het kwaad niet, laten we ons beetnemen door de koele, berekenende praatjes van hen voor wie zelfs het allermeeste niet genoeg is.

We zijn niet in staat tot het herkennen van wat ons zo vreemd is dat we niet wensen te erkennen dat het bestaat.

Maar het bestaat wel, en het is bezig in rap tempo alles te vernietigen wat goed is, wat van waarde is, wat mooi en van iedereen is.

Onze leiders, bankdirecteuren, generaals en CEO’s zijn niet in staat iets te voelen bij het aanschouwen van een landschap, een wild dier in de natuur, het openen van een bloem, de onschuldige blik van een peuter, het horen van een symfonie.

Ze willen het dolgraag, maar ze kunnen het niet voelen.

Wij wel.

En dat maakt hen jaloers.

Als zij het niet kunnen hebben, dan wij ook niet – is dat niet de gruwelijkste uiting van jaloezie?

Zoals de vader in staat is zijn eigen kinderen te vermoorden omdat zijn vrouw hem verlaat, zodat zij ze ook niet zal hebben. Het is ondenkbaar maar het gebeurt.

En het is daarom dat wij altijd machtiger zullen zijn dan de psychopaten die ons besturen, dan de sinistere wezens die denken dat ze ons de ogen kunnen uitsteken met hun macht en hun rijkdom, met hun auto’s, hun paleizen, hun juwelen en dure kleding, hun eilanden en privévliegtuigen, terwijl het in werkelijkheid zo is dat wij iets hebben dat zij nooit zullen hebben, dat ze niet van ons kunnen stelen, dat ze niet kapot kunnen maken, platbranden, vervuilen, vergiftigen – nee, zelfs niet kopen.

Ze zijn wanhopig om te krijgen wat wij hebben en zij niet.

Oh ja, ze hebben kinderen, maar tot de liefde van een vader of moeder voor zijn of haar kind zijn ze niet in staat. Dat maakt ze boos. Ze richten die woede op de kinderen van mensen die dat wel kunnen. Denken ze dat ze de onschuld van het kind kunnen oogsten, en daarmee de emoties kunnen overnemen, maar het lukt ze niet.

Wezens van ijs kunnen hooguit smelten.

En daarin zit de kracht van de mens, van ons, de werkende mens, de denkende mens, maar vooral de voelende mens.

Wij zijn warme wezens, eindeloos warm, en met veel meer dan de ijskoude monsters die de planeet aan rap tempo verwoesten.

Alleen uw angst houdt u tegen om uw warmte te laten spreken, om dat wat zij zo graag willen maar nooit zullen kennen tegen hen te gebruiken, om de wezens van ijs te laten smelten, te lachen om hun machteloze vormeloosheid terwijl ze anoniem wegvloeien in de eindeloze oceaan van medemenselijkheid, opdat we een begin kunnen maken aan het herstel van onze schitterende planeet en alles wat ze ons gegeven heeft.

Wees niet bang!

Ze zijn machteloos tegen ons.